Vervoermiddelen en reizen

Je gebruikt het werkwoord ‘ir’ (gaan) om aan te geven dat je naar een andere locatie gaat. Op dit plaatje zie je hoe je dit werkwoord moet vervoegen in de tegenwoordige tijd:

ir

Hier kun je het het vervoegen van dit werkwoord oefenen!

Voertuigen:

medios-de-transporte

Leer en oefen hier de namen van transportmiddelen in het Spaans!

Een oefening:

1oefening

Antwoorden:
1. voy en
2. a
3. va en
4. ir a
5. van en
6. en
7. ir en – en
8. vamos en

Leer hier meer woorden en zinnen gerelateerd aan reizen! 

Lees meer

Voorwerpen voor dagelijks gebruik

¿Cómo se llaman en español estos objetos que utilizamos todos los días?

Namen van voorwerpen die je dagelijks gebruikt.

a) mochila – rugtas

b) llaves – sleutels

c) ordenador / portátil – laptop

d) secador – föhn/haardroger

e) peine – kam

f) móvil – mobiele telefoon

objetos-de-uso-diario-dingen-dagelijks-gebruik

 

g) bolso – tas

h) reloj – horloge

i) gafas – bril

j) paraguas – paraplu

k) cepillo de dientes – tandenborstel

l) bolígrafo – pen

m) tijeras – schaar

Lees meer

Novelas – romans

Een overzicht van romangenres in het Spaans:

Biográficas – biografie
Fantásticas – fantasie
Negra – misdaad
Aventuras – avontuur
Terroríficas – horror

genres-libros

Ciencia ficción – sience fiction
Drama – drama
Románticas – liefdesverhaal, romantiek
Policiacas – politieroman
Suspence – thriller
Espías – detective, spionageroman
Históricas – historische roman

Lees meer