De lidwoorden

De lidwoorden (los artículos) die we kennen in het Nederlands zijn ‘de‘, ‘het‘ & ‘een‘. In het Spaans heb je mannelijke en vrouwelijke lidwoorden. Ze kunnen bepaald of onbepaald zijn, en enkelvoud of meervoud. Of een lidwoord mannelijk of vrouwelijk is, enkelvoud of meervoud, hangt af van het geslacht en het aantal van het zelfstandig naamwoord waar het lidwoord bij hoort.  In het Spaans zijn in totaal 8 lidwoorden.

Mannelijk Vrouwelijk
Bepaald enkelvoud el la
Onbepaald enkelvoud un una
Bepaald meervoud los las
Onbepaald meervoud unos unas


De betekenis van een onbepaald lidwoord in het meervoud is ‘enkele/een aantal’.

 

lidwoorden

el gato– de kat
los gatos – de katten
la casa – het huis
las casas – de huizen
un libro – het boek
unos libros– enkele/een aantal boeken
una planta – een plant
unas plantas – enkele/een aantal planten

Een oefening:  completa con los artículos EL/LOS/LA/LAS

los-articulos

 

De antwoorden:

La comida (eten)
los huevos (eieren)
la leche (melk)
el plátano (banaan)
la carne (vlees)
las cebollas (uien)
los tomates (tomaten)
el chocolate (chocolade)
la verdura (groente)
las hamburguesas (hamburger)
los  helados (ijsjes)
el  pollo (kip)
las patatas fritas (frites)
la lechuga (sla)
el  cerdo (varken)
las  fresas (aardbeien)
los   refrescos (frisdrank)
el   zumo (vruchtensap)
la   naranja (sinaasappel)
el   coco (kokosnoot)
los   pimientos (paprika’s)
el   ajo (knoflook)
el   pan (brood)
la   mantequilla (boter)
las   galletas (koekjes)

Lees meer

Preposiciones de Lugar

Hoe geef je aan waar iets of iemand zich bevindt?

a la derecha ~ rechts
a la izquierda ~ links
lejos (de) ~ ver
al lado (de) ~ naast

Lees verder onder het plaatje

 

preposiciones-de-lugar4

delante (de) ~ voor
enfrente (de) ~ tegenover
cerca (de) ~ dichtbij
debajo (de) ~ onder
aqui ~ hier
detrás (de) ~ achter
fuera ~ buiten
al final (de) ~ aan het einde van
todo recto ~ rechtdoor
allí ~ daar
en ~ in/op
encima de ~ (boven) op
entre ~ tussen

Lees meer

La Cafetería

Cafetería – café, bar

Practica tu vocabulario con esta ilustración que muestra todo lo que puedes hacer en la cafetería 
Oefen woorden in het Spaans met deze afbeelding, waarop staat aangegeven wat je kan doen in een café

En nuestra cafetería podrás… in ons café kun je…

Café – koffie
Camarero – ober
Buenos días ¿Qué te pongo? – Goedemorgen, wat kan ik u geven?
Tomar algo – iets drinken
Podrás tomar un café o cualquier otra cosa – kun je koffie drinken, of wat je maar wil

cafeteria-bar

Conocer gente – podrás conocer amigos y practicar español
Mensen leren kennen – je kan vrienden maken en Spaans oefenen

Trabajar – werken
En nuestra cafetería podrás trabajar con tu portátil
In ons café kun je werken met je laptop

Wifi gratis en todas partes – gratis Wifi in het de hele ruimte

Lees meer

Hoeveelheden in het Spaans

Hoeveelheden die je niet kan tellen:

Demasiado chocolate – te veel chocolade
Mucho chocolate – veel chocolade
Bastante chocolate – genoeg chocolade
Poco chocolate – weinig chocolade
Nada de chocolate  – geen chocolade

cuantificadores hoeveelheden

Hoeveelheden die je kan tellen:

Demasiadas galletas – te veel koekjes
Muchas galletas – veel koekjes
Bastantes galletas – genoeg koekjes
Pocas galletas – weinig koekjes
Ninguna galleta – niet één koekje

Lees meer