Zelfstudie gevorderden · Pretérito imperfecto
LeesStap 1
Op maandag hoor je het overal: ¿Qué tal el fin de semana? Of korter: ¿Qué tal el finde? Een kort antwoord is Lo pasé genial (ik had het heel leuk) of Lo pasé fatal (het was vreselijk). Wil je meer vertellen, dan heb je twee verleden tijden nodig.
Vaak staan ze samen in één zin: Mientras comíamos, empezó a llover. Terwijl we aten (decor), begon het te regenen (gebeurtenis).
primero (eerst), luego of después (daarna), de repente (opeens), al final (uiteindelijk). Na de repente komt bijna altijd de indefinido: er gebeurt iets.
Let op. Quedar con alguien is afspreken met iemand: Quedé con mi hermano. Quedarse is blijven: Me quedé en casa. Het verschil is één woordje: me. Dat maakt er een ander weekend van.
LuisterStap 2
| Spaans | Nederlands |
|---|---|
| ¿Qué tal el fin de semana? | Hoe was je weekend? |
| el finde | het weekend (spreektaal) |
| Lo pasé genial. | Ik had het heel leuk. |
| Lo pasé fatal. | Het was vreselijk. |
| Quedé con unos amigos. | Ik heb met een paar vrienden afgesproken. |
| Me quedé en casa. | Ik bleef thuis. |
| Hacía un sol estupendo. | Het was prachtig zonnig. |
| Había mucha gente. | Het was heel druk. |
| de repente | opeens |
| mientras | terwijl |
| al final | uiteindelijk |
| No tenía ganas de nada. | Ik had nergens zin in. |
LeesStap 3
Maandagochtend bij de koffieautomaat. Óscar vraagt zijn collega Clara hoe haar weekend was. Let bij het luisteren op de twee tijden: wat gebeurde er? En hoe was het? De vertaling staat eronder.
LuisterStap 4
| Spaans | Nederlands |
|---|---|
| Hola, Clara. ¿Qué tal el fin de semana? | Hoi Clara. Hoe was je weekend? |
| ¡Genial! El sábado fui a la sierra con unas amigas. | Geweldig. Zaterdag ging ik met een paar vriendinnen de bergen in. |
| ¡Qué bien! ¿Y qué tal el tiempo? | Wat leuk. En hoe was het weer? |
| Por la mañana hacía un sol estupendo, así que subimos hasta el pico. | 's Ochtends was het prachtig zonnig, dus we klommen helemaal naar de top. |
| ¿Y no estabais cansadas? | En waren jullie niet moe? |
| Un poco, pero las vistas eran increíbles. Mientras comíamos arriba, de repente empezó a llover. | Een beetje, maar het uitzicht was ongelooflijk. Terwijl we boven aten, begon het opeens te regenen. |
| ¡No me digas! ¿Y qué hicisteis? | Meen je dat? En wat deden jullie toen? |
| Bajamos corriendo y al final tomamos un chocolate caliente en el pueblo. ¿Y tú? | We renden naar beneden en uiteindelijk dronken we warme chocolademelk in het dorp. En jij? |
| Pues yo me quedé en casa. Estaba muy cansado y no tenía ganas de nada. | Nou, ik bleef thuis. Ik was erg moe en had nergens zin in. |
| ¿Todo el fin de semana? | Het hele weekend? |
| Bueno, el domingo quedé con mi hermano y vimos una película. Pero no era muy buena. | Nou ja, zondag heb ik met mijn broer afgesproken. We hebben een film gekeken, maar die was niet zo goed. |
| Vaya. Pues el próximo finde te vienes con nosotras. | Jammer. Dan ga je volgend weekend met ons mee. |
| ¡Vale, trato hecho! | Goed, afgesproken. |
OefenStap 5
1. El sábado Clara (ir) a la sierra con unas amigas.
2. Por la mañana (hacer) un sol estupendo.
3. Las amigas (subir) hasta el pico.
4. Mientras (comer, ellas), (empezar) a llover.
5. Óscar se (quedar) en casa.
6. (estar, él) muy cansado.
7. El domingo (ver, él) una película con su hermano.
8. La película no (ser) muy buena.
Klopt het met het gesprek? Kies bij elke zin Waar of Niet waar.
4 vragen
Clara fue a la sierra con unas amigas.
Por la mañana llovía mucho.
Al final las amigas tomaron un chocolate en el pueblo.
Óscar vio una película muy buena.
Kies de goede verleden tijd.
Typ een letter per vakje. Waar twee woorden elkaar kruisen, tik je nog een keer op het vakje om van woord te wisselen. Met de pijlen naast de omschrijving bovenaan ga je naar het vorige of volgende woord. Met de pijltjestoetsen loop je door het raster; backspace gaat een vakje terug.
Tik op een vakje of een omschrijving om te beginnen.
LeesStap 6
Dit kun je nu, als iemand op maandag vraagt ¿Qué tal el fin de semana?:
Twijfel je tussen de twee tijden, vraag je dan af: is dit het decor van mijn verhaal, of gebeurt er iets?
HerhaalStap 7
Een week nadat je deze les op Begrepen hebt gezet, staan hier 3 snelle vragen voor je klaar.

72 lessen · 1 module · B1
Estaba en casa cuando sonó el teléfono: hier leer je wanneer je welke verleden tijd gebruikt. Daarna komen lo en le, de zou-vorm, de toekomende tijd, de gebiedende wijs, se en de subjuntivo.
Inclusief btw · één keer betalen · levenslang toegang
Je hoeft geen account te maken. Na het betalen krijg je een mail waarmee je meteen kunt beginnen.
Toch niet wat je zocht? Mail ons binnen 14 dagen en je krijgt je geld terug.
Je betaalt via Mollie met iDEAL | Wero, een overboeking of Bancontact.
Heb je al een account? Dan kun je ook eerst inloggen.
Met je bestelling ga je akkoord met de algemene voorwaarden. Lees ook ons privacybeleid.
Vertel het eerst hardop, alsof een collega het vraagt. Typ het daarna en vergelijk met het voorbeeld.