
Wonen in Spanje · Les 1 · Net verhuisd
Na deze les kun je de bezorger groeten en zeggen wie je bent, zeggen voor wie een pakketje is, het voor je buurvrouw aannemen of laten terugbrengen, vragen waar je moet tekenen, en zeggen of Hugo het goed samenvat.
HerhaalStap 1
Dit is de eerste les van de route. Drie dingen die je misschien al kent. Probeer het eerst zelf.
LeesStap 2
Je woont sinds een paar dagen in je appartement op de derde verdieping, el tercero. De dozen staan nog in de gang. Dan gaat de bel.
Voor de deur staat Hugo, de bezorger: el repartidor. Hij heeft een pakketje, en hij heeft haast. Is het voor jou? Of voor je buurvrouw van hiernaast, die niet thuis is?
In het gesprek heet je Sam. In het echt zeg je natuurlijk je eigen naam.
Na deze les kun je Hugo groeten en zeggen wie je bent. Je zegt voor wie het pakketje is, je neemt het aan of laat het morgen terugbrengen, en je vraagt waar je moet tekenen.
LuisterStap 3
Deze zinnen hoor je in het gesprek, met de stem van Hugo. Je hoeft ze niet zelf te zeggen, wel te herkennen. Luister er een paar keer naar.
| Spaans | Nederlands |
|---|---|
| ¡Hola, buenos días! Soy Hugo, el repartidor. Traigo un paquete. ¿Y tú eres...? | Hallo, goedemorgen! Ik ben Hugo, de bezorger. Ik heb een pakketje bij me. En jij bent...? |
| ¡Encantado! Mira, aquí está el paquete. ¿Es para ti? | Aangenaam! Kijk, hier is het pakketje. Is het voor jou? |
| ¡Genial! Entonces necesito una firma. | Mooi! Dan heb ik een handtekening nodig. |
| Ah, es para tu vecina. Y no está en casa, ¿no? Pues... ¿lo coges tú, o lo traigo mañana? | O, het is voor je buurvrouw. En ze is niet thuis, hè? Nou... neem jij het aan, of breng ik het morgen terug? |
| ¡Muchas gracias! Así no tengo que volver. Eso sí, necesito una firma. | Hartelijk bedankt! Dan hoef ik niet terug te komen. Wel heb ik een handtekening nodig. |
| Aquí, en la pantalla, con el dedo. Perfecto. Y le dejo una nota a tu vecina en su puerta. | Hier, op het scherm, met je vinger. Perfect. En ik laat een briefje voor je buurvrouw op haar deur achter. |
| Pues ya está: el paquete es para tu vecina, y lo tienes tú. Luego se lo das. ¿Todo bien? | Zo, klaar: het pakketje is voor je buurvrouw, en jij hebt het. Straks geef je het aan haar. Alles goed? |
| ¡Perfecto! Me voy corriendo, que tengo prisa. ¡Hasta luego! | Prima! Ik ga snel verder, want ik heb haast. Tot ziens! |
LeesStap 4
In het Nederlands zeg je twee keer "ik ben": "ik ben Sam" en "ik ben thuis". In het Spaans zijn dat twee verschillende werkwoorden. "Ik ben Sam" is soy Sam. "Ik ben thuis" is estoy en casa.
| Nederlands | Spaans | Waarom? |
|---|---|---|
| Ik ben Sam. | Soy Sam. | wie je bent |
| Ik ben Nederlander. / Ik ben Belg. | Soy holandés (vrouw: holandesa; officieel: neerlandés, neerlandesa). / Soy belga (ook voor een vrouw). | wie je bent |
| Het is voor mijn buurvrouw. | Es para mi vecina. | voor wie het is |
| Ze is niet thuis. | No está en casa. | waar ze is |
| Hier is het pakketje. | Aquí está el paquete. | waar het is |
| Morgen ben ik thuis. | Mañana estoy en casa. | waar je bent |
De vormen die je nu nodig hebt:
| ser | estar | |
|---|---|---|
| ik | soy | estoy |
| jij | eres | estás |
| hij, zij | es | está |
Hugo vraagt ¿Y tú eres...?: en jij bent...? Dan zeg je wie je bent: Soy Sam.
OefenStap 5
LeesStap 6
Een klein accent maakt een ander woord.
| Zonder accent | Met accent |
|---|---|
| mi = mijn: mi vecina, mi nombre | mí = mij: es para mí |
| tu = jouw: tu vecina, tu firma | tú = jij: ¿lo coges tú? |
Let op: ti krijgt nooit een accent: ¿Es para ti? Alleen mí en tú hebben er een.
Hugo zegt het allebei in één zin: el paquete es para tu vecina, y lo tienes tú. Het is voor jouw buurvrouw, en jij hebt het. En su is "zijn", "haar" of "hun": le dejo una nota en su puerta, op haar deur.
| Nederlands | Spaans |
|---|---|
| waar | ¿dónde?: ¿Dónde firmo? |
| voor wie | ¿para quién?: ¿Para quién es? |
| hoe | ¿cómo?: ¿Cómo te llamas?, hoe heet je? |
Een vraagwoord krijgt een accent: dónde, quién, cómo. En een vraag begint met een omgekeerd vraagteken: ¿Dónde firmo?
OefenStap 7
Kies het goede woord.
Vul in.
Typ de zin zelf. Daarna hoor je het voorbeeld en vergelijk je. Bij opdracht 4 combineer je zelf: die zin staat niet letterlijk in de les.
SpreekStap 8
Ga naar de spreektool: Thuis → Jouw huis → Hal → Een pakketje aannemen.
Kijk terugStap 9
Het pakketje was
Na het gesprek
Kies de goede zin.
Kies hierboven eerst wat je in het gesprek koos.
Typ het antwoord in het Spaans.
Kies hierboven eerst wat je in het gesprek koos.
's Avonds belt je buurvrouw van hiernaast bij je aan. Ze stelt zich voor en vraagt: ¿Hay un paquete para mí? Is er een pakketje voor mij? Zeg wie je bent, en geef antwoord. Twee of drie zinnen.
Kies hierboven eerst wat je in het gesprek koos.
LeesStap 10
HerhaalStap 11
Een week nadat je deze les op Begrepen hebt gezet, staan hier 3 snelle vragen voor je klaar.

14 lessen · 3 modules · A2
De gewone dingen rond je huis zelf in het Spaans regelen, zonder dat er steeds een buurman of tolk bij moet.
Inclusief btw · één keer betalen · levenslang toegang
Je hoeft geen account te maken. Na het betalen krijg je een mail waarmee je meteen kunt beginnen.
Toch niet wat je zocht? Mail ons binnen 14 dagen en je krijgt je geld terug.
Heb je al een account? Dan kun je ook eerst inloggen.
Met je bestelling ga je akkoord met de algemene voorwaarden. Lees ook ons privacybeleid.
Luister naar elke zin en zeg hem hardop na. Dit zijn dezelfde zinnen die je in het gesprek als voorbeeld krijgt.
| Spaans | Nederlands |
|---|---|
| Hola, buenos días. Soy Sam. | Hallo, goedemorgen. Ik ben Sam. |
| Sí, es para mí. | Ja, het is voor mij. |
| No, es para mi vecina. No está en casa. | Nee, het is voor mijn buurvrouw. Ze is niet thuis. |
| Sí, claro. Lo cojo yo. | Ja, natuurlijk. Ik neem het aan. |
| Mejor mañana, gracias. | Liever morgen, dank je. |
| Vale. ¿Dónde firmo? | Oké. Waar moet ik tekenen? |
| Sí, todo bien. ¡Gracias! | Ja, alles goed. Bedankt! |
| Uy, perdona. Es para mi vecina. | O, sorry. Het is voor mijn buurvrouw. |
| Perdona, mejor mañana. | Sorry, toch liever morgen. |
| Perdona, al final lo cojo yo. | Sorry, ik neem het toch zelf aan. |
Drie zinnen die je in het gesprek niet als voorbeeld krijgt, maar die je in het echt goed kunt gebruiken. Moet je tekenen en vraag je Hugo om een pen, ¿Tienes un boli?, dan begrijpt hij dat ook. Mañana estoy en casa begrijpt hij als hij vraagt of jij het aanneemt: dan brengt hij het morgen. ¿Para quién es? nog niet; in het gesprek vraagt Hugo het aan jou.
| Spaans | Nederlands |
|---|---|
| ¿Para quién es? | Voor wie is het? |
| Mañana estoy en casa. | Morgen ben ik thuis. |
| ¿Tienes un boli? | Heb je een pen? |
| Spaans | Nederlands |
|---|---|
| el paquete | het pakketje |
| el repartidor | de bezorger |
| la vecina | de buurvrouw |
| el vecino | de buurman |
| la casa | het huis |
| en casa | thuis |
| la puerta | de deur |
| el nombre | de naam |
| la firma | de handtekening |
| firmar | tekenen |
| el buzón | de brievenbus |
| la nota | het briefje |
| hoy | vandaag |
| mañana | morgen |
| coger | aannemen, pakken |
| traer | (mee)brengen |
Coger is in Spanje het gewone woord voor pakken en aannemen. In een groot deel van Latijns-Amerika, zoals Mexico en Argentinië, is het een grof woord. Daar zeg je bijvoorbeeld tomar of agarrar.