Zelfstudie semi-gevorderden · La ciudad
¿A cuánto están las naranjas? Zo vraag je op een Spaanse markt wat de sinaasappels kosten. Het antwoord is een prijs per kilo. In deze les doe je je boodschappen bij een marktkraam: vragen wat iets kost, per kilo bestellen en afrekenen.
Je herhaalt wat Marieke op de markt zei in Zelfstudie beginners deel 2, Unidad 15 (¿Quiere algo más?):
Je leest een korte uitleg en luistert naar Tomás op de markt. Daarna vul je zinnen in, draai je kaarten om en maak je een kruiswoordpuzzel. Tot slot doe je zelf je boodschappen. Een minuut of tien.
LeesStap 1
De verkoper vraagt ¿Qué le pongo?: wat mag het zijn? Letterlijk: wat zet ik voor u neer? Daarom bestel je ook met poner, als vraag:
Bij groente en fruit verandert de prijs met de dag en het seizoen. Daarom vraag je vaak ¿A cuánto están…?: wat kosten ze vandaag? Het antwoord is een prijs per kilo: A un euro con ochenta el kilo. Voor iets wat je per stuk koopt, zoals een meloen, vraag je ¿Cuánto cuesta el melón?
Ben je klaar, dan zeg je Nada más, gracias. Wat je moet betalen, vraag je met ¿Cuánto le debo? (Hoeveel ben ik u schuldig?)
Goed om te weten. Kom je bij een drukke kraam, dan vraag je eerst ¿Quién es el último? (Wie is de laatste?) Wie dat is, zegt yo of steekt een hand op. Na die persoon ben jij aan de beurt.
LuisterStap 2
| Spaans | Nederlands |
|---|---|
| ¿Qué le pongo? | Wat mag het zijn? |
| ¿A cuánto están las naranjas? | Wat kosten de sinaasappels? |
| ¿Cuánto cuesta el melón? | Wat kost de meloen? |
| ¿Me pone dos kilos, por favor? | Mag ik twee kilo, alstublieft? |
| medio kilo de tomates | een halve kilo tomaten |
| un cuarto de kilo | een kwart kilo, 250 gram |
| una docena de huevos | twaalf eieren |
| maduro | rijp |
| ¿Algo más? | Nog iets? |
| Nada más, gracias. | Verder niets, dank u. |
| ¿Cuánto le debo? | Hoeveel krijgt u van me? |
| ¿Quién es el último? | Wie is de laatste? |
LeesStap 3
Tomás doet zaterdagochtend boodschappen bij de kraam van Merche. Ze zeggen usted tegen elkaar. Luister eerst en lees dan mee. De vertaling staat eronder.
LuisterStap 4
| Spaans | Nederlands |
|---|---|
| Buenos días. ¿Qué le pongo? | Goedemorgen. Wat mag het zijn? |
| Buenos días. ¿A cuánto están las naranjas? | Goedemorgen. Wat kosten de sinaasappels? |
| A un euro con ochenta el kilo. Están muy dulces. | Een euro tachtig per kilo. Ze zijn heel zoet. |
| Pues ¿me pone dos kilos, por favor? | Mag ik dan twee kilo, alstublieft? |
| Dos kilos de naranjas. ¿Algo más? | Twee kilo sinaasappels. Nog iets? |
| Sí, ¿me pone también medio kilo de tomates? Son para una ensalada. | Ja, mag ik ook een halve kilo tomaten? Ze zijn voor een salade. |
| ¿Estos? Están muy maduros. Son perfectos para ensalada. | Deze? Ze zijn heel rijp. Perfect voor een salade. |
| Muy bien. ¿Y cuánto cuesta el melón? | Prima. En wat kost de meloen? |
| Tres euros la pieza. | Drie euro per stuk. |
| Hoy no, gracias. Nada más. ¿Cuánto le debo? | Vandaag niet, dank u. Verder niets. Hoeveel krijgt u van me? |
| Son cinco euros con veinte. | Dat is vijf euro twintig. |
| Aquí tiene. ¿Me da una bolsa, por favor? | Alstublieft. Mag ik een tasje? |
| Claro, tome. ¡Que tenga un buen día! | Natuurlijk, alstublieft. Nog een fijne dag. |
| Igualmente. Hasta luego. | U ook. Tot ziens. |
OefenStap 5
1. ¿A cuánto las naranjas? (Wat kosten de sinaasappels?)
2. ¿Me dos kilos, por favor? (Mag ik twee kilo?)
3. kilo de tomates (een halve kilo tomaten)
4. ¿Algo ? (Nog iets?)
5. más, gracias. (Verder niets, dank u.)
6. ¿Cuánto le ? (Hoeveel krijgt u van me?)
7. Son cinco euros veinte. (Dat is vijf euro twintig.)
1 / 5: Je komt bij een drukke kraam. Je wilt weten wie de laatste is.
Wat zegt Merche? En wat betekent het? Kies bij elke vraag het goede antwoord.
3 vragen
Merche vraagt: ¿Algo más? Je hebt alles. Wat zeg je?
Merche zegt over de tomaten: Están muy maduros. Wat bedoelt ze?
Hoeveel betaalt Tomás?
Typ een letter per vakje. Waar twee woorden elkaar kruisen, tik je nog een keer op het vakje om van woord te wisselen. Met de pijlen naast de omschrijving bovenaan ga je naar het vorige of volgende woord. Met de pijltjestoetsen loop je door het raster; backspace gaat een vakje terug.
Tik op een vakje of een omschrijving om te beginnen.
HerhaalStap 6
Dit kun je nu op een Spaanse markt:
Hoor je ¿Qué le pongo?, dan weet je nu ook waarom je antwoordt met ¿Me pone…? Het is hetzelfde werkwoord: poner.
Een week nadat je deze les op Begrepen hebt gezet, staan hier 3 snelle vragen voor je klaar.

87 lessen · 8 modules · A2
Je vertelt over je werk of je studie, beschrijft hoe iemand is, doet een aankoop, maakt een tortilla española en regelt een vliegreis naar La Habana. Met langere Spaanse teksten om te lezen.
Inclusief btw · één keer betalen · levenslang toegang
Je hoeft geen account te maken. Na het betalen krijg je een mail waarmee je meteen kunt beginnen.
Toch niet wat je zocht? Mail ons binnen 14 dagen en je krijgt je geld terug.
Je betaalt via Mollie met iDEAL | Wero, een overboeking of Bancontact.
Heb je al een account? Dan kun je ook eerst inloggen.
Met je bestelling ga je akkoord met de algemene voorwaarden. Lees ook ons privacybeleid.
Jij staat nu bij de kraam van Merche. Zeg elke zin eerst hardop, typ hem daarna en vergelijk met het voorbeeld.