Voorwerpen voor dagelijks gebruik

¿Cómo se llaman en español estos objetos que utilizamos todos los días?

Namen van voorwerpen die je dagelijks gebruikt.

a) mochila – rugtas

b) llaves – sleutels

c) ordenador / portátil – laptop

d) secador – föhn/haardroger

e) peine – kam

f) móvil – mobiele telefoon

objetos-de-uso-diario-dingen-dagelijks-gebruik

 

g) bolso – tas

h) reloj – horloge

i) gafas – bril

j) paraguas – paraplu

k) cepillo de dientes – tandenborstel

l) bolígrafo – pen

m) tijeras – schaar

Lees meer

Novelas – romans

Een overzicht van romangenres in het Spaans:

Biográficas – biografie
Fantásticas – fantasie
Negra – misdaad
Aventuras – avontuur
Terroríficas – horror

genres-libros

Ciencia ficción – sience fiction
Drama – drama
Románticas – liefdesverhaal, romantiek
Policiacas – politieroman
Suspence – thriller
Espías – detective, spionageroman
Históricas – historische roman

Lees meer

De lidwoorden

De lidwoorden (los artículos) die we kennen in het Nederlands zijn ‘de‘, ‘het‘ & ‘een‘. In het Spaans heb je mannelijke en vrouwelijke lidwoorden. Ze kunnen bepaald of onbepaald zijn, en enkelvoud of meervoud. Of een lidwoord mannelijk of vrouwelijk is, enkelvoud of meervoud, hangt af van het geslacht en het aantal van het zelfstandig naamwoord waar het lidwoord bij hoort.  In het Spaans zijn in totaal 8 lidwoorden.

Mannelijk Vrouwelijk
Bepaald enkelvoud el la
Onbepaald enkelvoud un una
Bepaald meervoud los las
Onbepaald meervoud unos unas


De betekenis van een onbepaald lidwoord in het meervoud is ‘enkele/een aantal’.

 

lidwoorden

el gato– de kat
los gatos – de katten
la casa – het huis
las casas – de huizen
un libro – het boek
unos libros– enkele/een aantal boeken
una planta – een plant
unas plantas – enkele/een aantal planten

Een oefening:  completa con los artículos EL/LOS/LA/LAS

los-articulos

 

De antwoorden:

La comida (eten)
los huevos (eieren)
la leche (melk)
el plátano (banaan)
la carne (vlees)
las cebollas (uien)
los tomates (tomaten)
el chocolate (chocolade)
la verdura (groente)
las hamburguesas (hamburger)
los  helados (ijsjes)
el  pollo (kip)
las patatas fritas (frites)
la lechuga (sla)
el  cerdo (varken)
las  fresas (aardbeien)
los   refrescos (frisdrank)
el   zumo (vruchtensap)
la   naranja (sinaasappel)
el   coco (kokosnoot)
los   pimientos (paprika’s)
el   ajo (knoflook)
el   pan (brood)
la   mantequilla (boter)
las   galletas (koekjes)

Lees meer