Ir – venir & llevar – traer

Gaan, komen en iets meebrengen

IR ->  van hier naar daar
VENIR -> van daar naar hier
LLEVAR -> meebrengen van hier naar daar
TRAER -> meebrengen van daar naar hier

¡Qué bien! Hoy vienen a casa nuestros nietos  Wat goed! Vandaag komen onze kleinkinderen (naar ons huis)
¡Qué bien! Hoy vamos a casa de los abuelos  Wat goed! Vandaag gaan we naar (het huis van) onze grootouders

Cuando invitamos a los Martínez, siempre nos traen un buen vino Wanneer we de familie Martínez uitnodigen, brengen ze altijd een goede (fles) wijn mee
Cuando visitamos a nuestros amigos nos gusta llevar un buen vino Wanneer we onze vrienden bezoeken, brengen we graag een goede (fles) wijn mee

Lees hier meer over het gebruik van llevar en traer!

ir venir

Cursus Spaans voor volwassenen

  • Cursus voor 12 weken;
  • 12 online privélessen met gekwalificeerde leraar Spaans;
  • Inclusief toegang tot professionele online campus;
  • Starten op ieder gewenst moment!

Nu € 349,- in plaats van € 375,-


  Ja, ik wil deze cursus boeken! Meer informatie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *